Achtergrond | terug
Slapstick
Een slapstick is een apparaat dat in het theater gebruikt wordt om bij een gevecht vanuit de coulissen luide klappen te laten horen. Het is een plank met een handvat waarop een ander plankje met een touwtje is vastgemaakt, een soort klepper, of een klapstok om meer precies te zijn. Deze battacio uit de Commedia dell'arte wordt in het Engels slapstick genoemd. De slapstick wordt gebruikt in kluchten en komische acts. Later werden dergelijke komische acts slapsticks genoemd.

Arlechino met de battaccio
De serieuze theater- en muziekliteratuur zit vol met slapstickacteurs, die meestal gebaseerd zijn op de Arlechino uit de Commedia del’Arte. Arlechino is de knecht die alle problemen moet oplossen en overal de klappen voor krijgt. De Knecht van Twee Meesters is een klassieker die al bij Plautus begint.
Leporello uit de Don Giovanni is zo’n figuur, en Papageno uit de Zauberflőte is natuurlijk een hele mooie. Hij is de dubbel van de Prins die allerlei moeilijke beproevingen moet ondergaan, waar hij niet eens aan begint. De Shakespeare stukken zitten vol met grappige knechten, narren en clowns.
Een taart in je gezicht krijgen, tegen een deur aanlopen, uitglijden over een bananenschil of struikelen heeft niets met luide klappen te maken maar het is wel allemaal slapstick. Onder slapstick vallen ook de stomme komische films, De Dikke en De Dunne, Charlie Chaplin en vooral Buster Keaton is slapstick. Jacques Tati is slapstick en Mr Bean ook. Ik vind Jack Lemmon een typische slapstick-acteur en André van Duin gebruikt ook slapstick, hoewel niet de hele tijd.
Omdat het grappige van slapstick niet in de tekst maar in de beweging ligt wordt het geassocieerd met Mime. Is Mime komisch of grappig? Het kan maar het hoeft niet. Soms is Mime zelfs heel tragisch. Slapstick is het zelden. Meestal heeft Mime een serieuze en zelfs poëtische kant en dat heeft slapstick zelden of nooit. Een clown is ook grappig. Maar is het slapstick? Vaak, maar niet altijd.
Wat is nou zo ontzettend leuk bij slapstick, waarom moeten we daar nou zo verschrikkelijk om lachen?
Humor komt in gradaties, van een glimlach naar grinniken, je moet hardop lachen, je zit te schaterlachen, de tranen lopen je over de wangen van het lachen, je komt niet meer bij van het lachen. Slapstick valt in de allerlaatste categorie, dat vinden we echt het allerleukst. Waarom?
Je hebt wel eens die ontzettend grappige scène gezien dat André van Duin en Corrie van Gorp in het water vallen en dan proberen ze op te staan, ze houden zich aan elkaar vast, ze helpen elkaar en juist daardoor vallen ze er telkens opnieuw weer in. Er is ook een scène dat André van Duin helemaal per ongeluk in een reeks van vergissingen en ongelukken een heel kantoor aan gort slaat.
Slapstick is een reeks van enorm domme vergissingen die allemaal voorspelbaar zijn. Voorspelbaar in die zin dat je denkt: hij zal toch niet….maar ja hoor en dat dan drie keer achter elkaar, steeds dezelfde blunder. Heel erg leuk wordt het als iemand al twee keer over dezelfde stoeprand is gestruikeld en daar komt hij de derde keer aan, je verheugt je al, hij zal nu ook weer struikelen, maar net op het laatste moment draait hij om, en struikelt dus niet, maar nu loopt hij regelrecht tegen een paard aan, hij valt, hij pakt zich vast aan de touw dat los om een katrol hangt, wordt omhoog gezwiept, kan zich nog net aan een vlaggenstok vastgrijpen, maar daar schrikt hij van een mus, hij laat weer los, kan zich nog net aan de wijzers van de kerkklok vasthouden en dan slaat de klok twaalf uur.
Het is die opstapeling van domme blunders wat het zo grappig maakt. Wat daar ook heel grappig aan is, is dat het begint met één domme blunder en dat alle handelingen daarna bedoeld zijn om die eerste blunder goed te maken, om de situatie te redden, maar waardoor het steeds erger wordt en wij steeds harder moeten lachen. En een belangrijk element is ook dat hoeveel verschrikkelijke blunders ook begaan worden en hoe erg het ook wordt, het altijd goed afloopt, meestal heel verrassend, per ongeluk zeg maar.
Het is niet gemakkelijk slapstick te maken of te spelen. De slapstick hangt aan elkaar van dosering en timing. Het is hogeschool acteren en soms grenst het aan acrobatie. Het is ontzettend moeilijk het mis te laten gaan, om voor gek te staan. Het personage wil eigenlijk helemaal niet dat om hem gelachen wordt, hij wil het juist allemaal goed doen en serieus genomen worden, soms denkt hij zelfs dat hij het allemaal beter kan. Een blunder kan je niet voorspellen, daar begint het al mee. Ik noemde hierboven twee scenes van André van Duin. Eigenlijk is alleen de tweede slapstick, want de eerste ontstond on the spot, dat was niet ingestudeerd, André ging gewoon grappig doen en Corrie van Gorp was een willig slachtoffer. Ik vind de tweede, die van het kantoor aan gort slaan, eigenlijk grappiger omdat het knapper is, het zit verschrikkelijk goed in elkaar.
Een slapstick-acteur zoekt naar de meest voor de hand liggende handeling, één die wij gewone mensen nooit zouden kiezen. Hoe stommer hoe beter. En dan moet je consequent blijven.
Dan moet de speler dus ook een soort van dom zijn, dat is ook heel moeilijk. Het is een verrukkelijk onschuldig en onnozel soort van dom. Soms is het zo ontzettend dom dat het gewoon weer slim wordt. Hoe onschuldiger het dom is, hoe mooier het wordt en hoe leuker het is.
Er zit ook een element van pure levenslust in, van nooit bij de pakken neer zitten. Misschien is dat element wel zo sterk dat hij niet slim hoeft te zijn, waardoor hij dom is en blijft. Aan de andere kant is de slapstick-acteur, of eigenlijk het personage dat hij speelt, buitengewoon inventief, hij heeft een enorme tegenwoordigheid van geest, hij is altijd positief, hij past zich altijd aan, hij weet overal een oplossing voor te vinden, hij heeft zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen en hij geeft het nooit op. En hij heeft geluk. Je zou dus ook kunnen zeggen dat hij tot de meest intelligente mensen behoort.
Maar het belangrijkste bij slapstick is dat er niet gepraat wordt. Slapstick lijkt in de verste verte niet op een cabaretier of een standup comedian, die het van teksten moeten hebben. Misschien wordt er in een slapstick wel iets gezegd, soms wordt er zelfs ontzettend veel gepraat, maar daar gaat het niet om. De tekst is niet het grappigste. Je hoeft het niet eens te kunnen verstaan. Het personage kan dingen roepen, maar het gaat er dan meestal om dát hij iets roept, om de handeling van het roepen. Het is allemaal beweging, het gaat om de handeling.
Waarom werkt dat zo goed? Als er gepraat wordt moeten we nadenken, we moeten de gedachten kunnen volgen en begrijpen. Dat neemt tijd, we moeten onze hersens inspannen. Maar als we beweging en handelingen zien snappen we het meteen. Woorden zijn helemaal niet nodig om te begrijpen wat er gebeurt. En je hoeft er ook helemaal niet bij na te denken, dat is ook heel prettig. Het is zelfs de bedoeling dat je even niet nadenkt, dat je even van dat gedoe in je hersens verlost bent.
In de tragedie wordt het negatieve aspect van het leven benadrukt. Het wordt tragisch als het allemaal mislukt, als het leven tegen zit, als het noodlot toeslaat, als alles en iedereen zich tegen je keert en je kan er niets tegen doen. Het gaat niet over winnen, het gaat over verliezen. Het gaat over de dood en daar kunnen we niet om lachen, dat is iets definitiefs en onherstelbaars, dan houdt alles op. Hier valt niets te lachen, dit is om te huilen. Hamlet is tragisch. Hij wil graag leven, maar hij gaat dood, hij wil graag dat het allemaal goed komt, maar het gaat allemaal verkeerd. Hamlet verzet zich (overigens precies zo als de slapstick-acteur) tegen het noodlot, hij verweert zich, omdat hij niet wil dat het mis gaat, omdat hij wil dat het allemaal goed komt. Maar het gaat toch mis. Hamlet blundert ook, maar hij maakt een gruwelijke vergissing. Hij steekt per ongeluk Polonius dood, de vader van zijn geliefde Ophelia waardoor zij waanzinnig wordt en sterft. Zoals Oidipus zonder dat hij het wist zijn vader vermoordde (blunder 1) en met zijn moeder trouwde (blunder 2). Dat is niet grappig meer, dat kan echt helemaal nooit meer goed komen, het is te erg, onherstelbaar en nooit meer terug te draaien. En daar valt niets bij te lachen, daar kan je alleen maar verschrikkelijk om huilen.
In een tragedie heb je tijd nodig, je moet de gedachten en gevoelens breed spelen, het moet ook breed uitgemeten worden, want wij moeten kunnen begrijpen waarom Hamlet zijn degen door het gordijn steekt of waarom Oidipus zich de ogen uitsteekt. Er moet dus ook heel veel gepraat en uitgesproken worden, anders begrijpen we er helemaal niets van. Bewegen hoef je niet zo heel erg goed te kunnen (een beetje schermen), althans niet zo goed als de slapstick-acteur, maar je moet des te beter kunnen spreken. Bij de tragedie zoals wij die kennen gaat het voornamelijk om taal. Aan de tragedie leren wij het noodlot en de dood te begrijpen.
De komedie en helemaal de slapstick leren ons te leven. In de slapstick lachen we om de dood. Net zoals in de poppekast om de Dood van Pierlala, een heel domme figuur. De dood? Die bestaat niet, daar lachen we om. Als ze in een tragedie niet zouden spreken, dan lach je je slap, dan heb je weer slapstick. Dat heb ik wel eens gezien, door I Colombaioni, Alberto en Carlo, twee fantastische Italiaanse acteurs / clowns getraind in de traditie van de Commedia dell’ Arte. Die praten de hele tijd, maar in rap Italiaans, je verstaat er geen woord van en dat is ook precies de bedoeling. Zij gingen even de Cavalleria Rusticana doen, een tragische opera, gewoon even voordoen hoe het verhaal gaat, het zou heel droevig worden. Zij speelden de duellerende rivalen, een zwabber was het mooie meisje, een vergiet was een helm, iemand uit het publiek was “het volk”. Het moest natuurlijk even geoefend worden, daar moesten we al verschrikkelijk om lachen want er was een enorm gedoe en geruzie over de zwaarden en hoe er gestorven moest worden, en toen werd het uitgevoerd, in twee tellen was het raf raf klaar en de verkeerde man vermoord.
In de komedie, en helemaal in de slapstick gaat het om timing, brille, snelheid en behendigheid. Je moet heel goed tragedie kunnen spelen, je moet de tragiek van het leven kennen om goed komedie te kunnen spelen. De komedie neemt het leven licht en de slapstick zegt: inderdaad, het leven kan tegen zitten en alles gaat natuurlijk mis, maar ik laat me daardoor niet tegenhouden, ik verzin wel wat, ik overleef dat wel. En dan komt tenslotte alles goed. Van een tragedie kan je leren hoe het leven in elkaar zit, je leert begrijpen waarom al die vreselijke dingen gebeuren, een komedie geeft moed, maar de slapstick geeft sprankelende levenslust. Het was natuurlijk niet voor niets dat vroeger na een tragedie een stukje kolder werd gespeeld.
Mini en Maxi zeiden in 1992 dat ik de mooiste vrouwelijke clown was die ze ooit hadden gezien. Ik vind het heerlijk om het publiek verschrikkelijk te laten lachen. Daarom zou ik ook graag de Arkadina willen spelen en dan niet zoals het meestal gespeeld wordt, maar zoals het bedoeld is, als een komedie.
| naar boven |
|