toi van gelder - fysiek-theater.nl

 

 

 

Achtergrond | terug

Waarom ging ik naar Parijs?

Dat naar Parijs gaan en bij Wofram Mehring studeren, dat was een gelukkig toeval door bijzondere omstandigheden. Soms kom je in aanraking met mensen waardoor er opeens allerlei deuren opengaan. Ook denk ik dat van “zeg mij wat uw boeken zijn en ik zeg u wie u bent’ omgekeerd ook waar is. Toevallig hoor je iemand zeggen: Life of Pi is zo’n ontzettend goed boek en dan lees je het en het is het beste boek in jaren. Je hoort de dingen die je wil horen, je ziet de dingen die je wil zien. Je doet de dingen die bij jou passen en die dingen komen ook naar jou toe. Omdat ze bij jou horen.
Op die manier kwam ik in Parijs. Dat moest zo zijn. Karma. Het viel me toe omdat het bij mij hoort.

Het was heel wonderlijk, ik had zo’n zeven jaar opleiding achter de rug, geïmproviseerd, stukken en rollen geanalyseerd en gespeeld, monologen helemaal tot op de laatste komma in mn macht gekregen, leren dansen, show, tap, jazzballet, leren zingen, populair, musical, klassiek, zelfs coloratuur, had op het toneel gestaan, concerten gegeven, nota bene in een opera gezongen, was al geprezen om mijn spel, zingen en dansen, ik dacht dat ik alles al kon (dat denken alle jonge toneelspelers, die zijn opeens heel artistiek) en daar stond ik me in het zweet te werken om te begrijpen dat het allemaal buitenkant was geweest, dat ik nog nergens was, dat dit pas het begin was.
Dit ging veel verder dan alle lessen die ik ooit had gevolgd en veel dieper dan ik ooit op het toneel had gezien of beleefd.

Ik denk dat Wolfram Mehring en Grillon tot de allergrootste theatervernieuwers van hun tijd behoorden, zoals Peter Brooke en Grotowski dat ook waren en nog steeds zijn. Dat ik in Woyzeck in de enscenering van Wolfram met hem en Grillon Marie mocht spelen behoort tot mijn belangrijkste theaterervaringen. Ik denk dat de ontmoeting van Wolfram, die uit het traditionele Duitse theater stamt, waar filosofie en literatuur de leidraad is, met Grillon, uit de Franse traditie, of misschien beter gezegd, de Latijnse, de traditie van de Commedia del’ Arte, waar bewegingskunst de grootste zeggingskracht heeft, een buitengewoon vruchtbare is geweest waar ongelooflijk mooi werk uit is ontstaan. Ik kan daarom niet zeggen dat ik een mime-speelster ben, ik ben een actrice die in de symbiose van beide theatertradities, de Duitse en de Franse, is geschoold en gevormd. Omdat ik Nederlandse ben, en dus van nature stronteigenwijs, heb ik daar weer het mijne aan toegevoegd en mijn eigen weg ontwikkeld.

Tijdens de lessen werd nauwelijks gesproken, Wolfram begon gewoon en zei dan nou doe je dit of dat en deed het even voor en dat deden we dan. Hij legde niets uit. Het was leren door ervaring, door het bewegen van je eigen lichaam. Als hij zag dat we het helemaal verkeerd deden of de opdracht niet begrepen, dan gaf hij een andere oefening, dan moesten we weer als een steen in een bak water springen en wat doet het water dan dus wat gebeurt er dan met jou, of we moesten juist àchter iemand langslopen om te voelen wat sensualiteit was.
Ik heb maar één keer meegemaakt dat hij iets over de achtergronden van zijn werk vertelde, na heel lang soebatten en smeken van onze kant. Dat het gaat om wat alle mensen bindt, wat mensen aan de schepping, de wereld bindt, dat alles gehoorzaamt aan universele wetten en dat je dat het beste aan het bewegende lichaam kunt leren, wat immers volgens die wetten is opgebouwd en niet anders kan dan daaraan gehoorzamen. Dat een acteur, iedere kunstenaar, dat wil en moet laten zien, dat het om schoonheid en waarheid gaat, en dat je aan jezelf moet werken om steeds meer daarvan te kunnen laten zien. Als je dat begrijpt, zal je alles, iedere rol kunnen spelen.

Ik zie dat ‘bewegen’, het fysieke theater dus niet als een beperking of als een afgebakende theaterdiscipline, maar als het gat van Malevitch, waarachter het universum zich opent in alle rijkdom en schoonheid en vrijheid die je maar denken kunt. Leer bewegen en je kunt alles spelen.

 

| naar boven |