Achtergrond | terug
Waarom dat Noh-masker?
Ik heb niet de pretentie dat ik theater zou kunnen maken zoals ze dat in Azië doen. Maar ze doen daar iets op het toneel wat me buitengewoon fascineert.
Ik zag eens een voorstelling van een Koreaans gezelschap, in traditionele kostuums, het decor zoals zij dat traditioneel gewend zijn, van bordkarton, ze spraken met zangerige stemmen, in het Koreaans, je kon er geen woord van verstaan, ze deden hun wonderlijke opkomsten, stonden halverwege stil, namen een pose aan, keken scheel, zwaaiden met hun jassen, trilden met hun hoofddeksels en liepen dan weer door met grote passen en zwaaiende armen.
En ze speelde Hamlet.
Nog nooit zag ik zo’n mooie Hamlet, nooit zo gruwelijk, zo lieflijk en teder, zo verdrietig, zo vals en doortrapt. Je weet dat de ogen van Gloucester worden uitgestoken. Hier ook. Een gruwelijke vechtpartij, die arme oude man, nietsvermoedend tegen de grond gegooid en daar ging poiing een wit pingpongballetje met een wapperend reepje rood door de lucht, nog een afgrijselijke kreet en toen poiiing nog zo’n knikker met een rood lapje eraan. Nog nooit zag ik zoiets bloedstollend afgrijselijks als die uitgestoken ogen die door de lucht vlogen en tegelijkertijd voelde ik me alsof ik ieder moment de slappe lach zou krijgen; zo’n simpele oplossing die zo verschrikkelijk goed werkte!
Je kent natuurlijk Ran van Kurosawa. Maar ik zag King Lear door een Kabuki gezelschap. Deze foto staat altijd in mijn kamer. Het zijn Edmund en Goneril (gespeeld door Tomohiko Hara, die in deze voorstelling ook King Lear speelde, die combinatie is toch ook wel interessant, er staat in het boekje dat het een bepaalde techniek is (hayagawari) om snel van rol te kunnen wisselen) en Mizuho Onda, een dame omdat het een moderne Kabuko voorstelling was), die toch wel bij de top meest gevaarlijke, meest valse en wreedste figuren uit de theaterliteratuur behoren.

Wat ik mooi vind is de manier waarop ze bij elkaar zitten, de schoonheid van de verhoudingen daarvan, de compositie van lijnen en kleuren, het geschminkte bloed op zijn gezicht, zijn blik, de manier waarop hij het zwaard vasthoudt, het visnethemd, zijn hand op haar schouder, haar knielen, haar losse haar, haar hand op zijn knie, haar loshangende kimono, haar liederlijke verleidelijkheid. Dat is zo interessant, dat je ziet hoe gemeen en goddeloos moordlustig ze zijn, maar dat het beeld van een ultieme schoonheid is.
Weer zo’n prachtige en onvergetelijke voorstelling, zo spannend en intens. Het leek wel alsof zij onze Shakespeare veel beter begrepen dan wij.
Hoe kan dat? Je herkent niemand, want ze hebben voor ons heel vreemde kleren aan, je verstaat er geen woord van, ze hebben het stuk ook een beetje omgegooid natuurlijk want sommige dingen die wij heel gewoon vinden kunnen zij niet begrijpen, dat vinden ze raar, dat past niet in hun cultuur en toch zit je ademloos te kijken en begrijp je precies wat er gebeurt.
Hoe kan dat? Wat doen ze dan?
In 2007 zag ik een Kabuki gezelschap een traditioneel Japans stuk spelen, althans een stukje daaruit, een Kabuki voorstelling in Japan duurt gemakkelijk drie dagen en wij hadden maar één avond. In Japan kan je trouwens voor bijzondere scènes een apart kaartje kopen 20 minuten voordat die scène begint. Een onbekend verhaal, vrouwen worden door mannen gespeeld, in een zangerig oud Japans dat zelfs Japanners niet kunnen verstaan, een decor van bordkarton (een beekje van mooi blauw karton wat zo’n beetje heen en weer gaat, als het stormt komt er een zwart mannetje met een tak zwaaien), witgeschminkte gezichten en lijven, enfin, en weer begrepen we precies waar het over ging, alsof je alles zo kon verstaan, alsof het in de landstaal was. Het was weer een gruwelijk verhaal, daar houden ze van, een man kan zijn zwangere minnares niet houden omdat hij keurig met een net meisje kan trouwen, dus hij vermoordt haar, maar kan zijn gruwelijke straf daarvoor niet ontlopen. Het stuk gaat over de moord, eerst praten ze wat, ach doe dat toch niet, snikt zij, verlaat mij niet, dan zit hij haar achterna, zij gilt, verstopt zich in het riet langs de beek, hij vindt haar weer, zij verweert zich, dan kan hij weer niet zijn geliefde vermoorden, maar hij moet het toch doen, er zit niets anders op, zij weet ook dat het onafwendbaar is, gilt, smeekt, huilt, verandert door haar angst en boosheid in haar wraakzuchtige vermoorde tante, want van ingewikkelde en metafysische verhalen houden ze ook, het zit psychologisch fantastisch in elkaar, het wordt steeds erger, hij pakt haar bij haar haar, sleurt haar mee, ze gilt ijselijk en hij steekt en steekt en dan sterft ze eindelijk boven op de kartonnen brug, valt voorover en hangt daar zo dat haar lange zwarte haren het water raken. Hij gaat er snel van door, maar dan komt de echte gruwel, met enorm geroffel van de houten muziekinstrumenten strekt het lijk sidderend een arm uit, de hand grijpt, trekt, en daar komt achterwaarts getrokken de man onder luid geraas van de muziek weer op, met spartelende benen, hij probeert zich aan deze verschrikkelijke kracht van gene zijde te ontworstelen maar dat lukt niet natuurlijk want haar dode arm blijft maar grijpen en trekken en zo sterft hij tenslotte ook.
Het was zo mooi, zo elegant, zo geraffineerd, zo intens, zo wild, zo verdrietig, zo wreed, zo gruwelijk, zo erotisch ook, dat het hele publiek aan het slot verliefd was op de acteurs en beslist op de vermoorde dame, terwijl zij door een man werd gespeeld. Ik overdrijf niet, de hele zaal was verliefd en verrukt in ieder geval.
Hoe kan dat? Wat deden ze dan?
Ik zag eens, het was een unieke gelegenheid, in een klein theater en ik zat op de tweede rij, het speelde zich vlak voor mijn neus af, Chinese acteurs in traditionele kostuums in een traditioneel stuk. Chinezen spreken niet zangerig, hè, daar moet je even aan wennen. Weer een korte scène uit een Chinese opera, maar het duurde de hele avond. Dit heb ik gezien: de prins is moe van zijn lange reis op zoek naar zijn geliefde en gaat slapen in een herberg. Het enige decorstuk was een tafel, dat was zijn bed, dat wil zeggen hij ging helemaal niet op dit tafel liggen maar nam daarop een prinselijke rustpose aan, anders zouden wij maar denken dat hij een gewone sterveling was.
Toevallig was dit uitgerekend de herberg waar de gasten ’s nachts vermoord werden. Daar kwam de moordenaar binnen, het was pikdonker in de kamer want hij kon geen hand voor ogen zien, dat zagen wij duidelijk. En de prins zou geen prins zijn, dat wisten we immers al door de manier waarop hij prinselijk sliep, als hij het niet direct in de gaten had. En dan ontspint zich een gevecht. In het pikkedonker. Dat wil zeggen, wij zien alles, maar zij zien niets. Met zwaarden, echt hogeschool Martial Arts en niet kinderachtig, met door de lucht vliegen en al. En bloedserieus hè, en tegelijkertijd zo grappig!
Ik zag ook eens een Butoh voorstelling, dat is moderne Japanse dans, geënt op Noh en Kabuki, ontstaan na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. Ik zat met nog zes andere mensen in een verder lege schouwburg. Het is dertig jaar geleden, maar ik vergeet het nooit. Het toneel was leeg. Niets. Stil. Niets bewoog. Niemand was er. Niks. Mijn ogen gingen tranen, zo ingespannen en ademloos zat ik te kijken. Naar niets. Totdat, boven, helemaal bovenaan het toneel, drie, ja wat? witte voetballen? kogels? heel langzaam naar beneden zakten. Heel langzaam. Ze gingen een beetje heen en weer. Het waren hoofden. Drie naakte witgeschilderde mannen zakten op hun kop naar beneden. Ieder aan een touw. Schokkend, stervend, naar adem snakkend, bevend, stikkend, schuddend, sidderend.
Wat is dat toch, wat doen die lui dan?
Je weet natuurlijk dat de acteurs in die landen van kinds af aan trainen en oefenen in speciale scholen, meestal in een familietraditie, het is een bestaan, een manier van leven en de vakbekwaamheid en lichaamsbeheersing is natuurlijk verpletterend en voor ons Westerlingen onbereikbaar, maar dat is nog niet wat ik bedoel, dat is niet eens wat zoveel indruk op mij maakt.
Ook niet de kleurrijke kostuums of de prachtige decors.
Wat mij fascineert is dat iedere emotie zo heel nauwkeurig precies de beweging krijgt om die emotie uitdrukking te geven. Het zijn voorgeschreven bewegingen in een lange traditie ontwikkeld. Het duurt jaren voordat je een bepaalde rol kunt spelen, omdat iedere beweging volgens voorschrift ingestudeerd moet worden. En iedere beweging is raak, het klopt allemaal, van begin tot eind. Het gaat natuurlijk ook om de intensiteit waarmee die bewegingen gemaakt worden. Het zijn reeksen explosies van emotie, de één nog sterker dan de ander, met grote finesse en raffinement uitgevoerd. De kostuums, de maskers, de schmink, de stemmen, de muziek en het decor zijn er alleen maar om het spel, die stormgolven van emoties nog eens te versterken.
Beroemde acteurs zijn diegenen die een kleine verandering aanbrengen, die op een ander dan voorgeschreven woord pauzeren, een “mie” (pose) aannemen maar nu met de hand omhoog of met de zakdoek voor de mond in plaats van tegen de knie, of naar links kijkend in plaats van recht naar voren, die kortom het vak en hun rol zo goed kennen en beheersen dat ze ervan vrij worden en de emotie nóg sterker kunnen maken door nét een ander accent te leggen. Als zoiets zich voordoet reageert het publiek zoals het bij ons doet als een winnend doelpunt gescoord wordt in de Eredivisie.
Het is die cultuur, dat zoeken en streven naar de meest precieze, meest sprekende, voor ieder mens ongeacht ras of afkomst direct verstaanbare en begrijpelijke fysieke uitdrukking van de emotie, dat appelleren aan het gevoel voor schoonheid dat ieder mens in zich draagt, de muzikaliteit van spel en mise en scène, dat nergens voor terugdeinzen en in een grote integriteit alles willen laten zien in een, zoals wij zeggen, er 100% er voor gaan, dat geworteld zijn in een eeuwenlange traditie, wat door het hele publiek aangemoedigd en uitbundig geprezen wordt, die mij zo fascineert.
Het is het absolute toppunt van schoonheid.
Dat wil ik ook kunnen, zoals de beer zei. Ik zal het nooit kunnen zoals zij, gewoon omdat ik een Westerling ben, maar zo werk ik wel, daarom doe ik wat ik doe zoals ik dat doe.
| naar boven |
|