Achtergrond | terug
Wolfram Mehring
Wolfram Mehring (1930 in Münster) is een Duitse toneelspeler, regisseur en schrijver. Al voor Jerzy Grotowski en veel langer nog voor Peter Brook hield hij zich bezig met het werk en het vak van de toneelspeler buiten de geïnstitutionaliseerde toneelscholen om.
Zijn leven
Mehring nam al acteerlessen toen hij nog op het gymnasium zat. In 1954 ging hij naar Parijs en studeerde aan de Sorbonne filosofie en literatuur, later acteren bij Etienne Decroux, toen hij zich teleurgesteld had afgekeerd van het literaire spreektheater en zich van toen af bezig hield met de directe uitdrukkingsmogelijkheden van het lichaam. Hij richtte in het Maison des Lettres het Théâtre Franco-Allemand op, waar zich vanaf 1958 het theatergezelschap Théâtre de la Mandragore uit ontwikkelde. Dit Duits-Franse Avantgardegezelschap trad voor het eerst op met Leonce en Lena (Büchner), in het Duits èn het Frans, in het Maison l'Allemagne (Heinrich-Heine-Haus) voor een publiek van studenten van de internationale studentenwijk Cité Universitaire in Parijs. Al snel voegden zich leden uit andere Europese, Noord-Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen bij het gezelschap.
Binnen dit gezelschap bestond onder de naam "Centre franco-allemand de Recherche théâtrale", wat later "Centre International de Recherches scénique" ging heten, een experimentele theaterstudio, waar onderzoek werd gedaan naar "de totale acteur". Vanaf 1963 werkte dit Centrum in ruimtes van het Théätre du Vieux Colombier, waar het Théâtre de la Mandragore in 1966 ook naartoe verhuist en Mehring de artistieke leiding krijgt over het theater. Hij presenteerde zijn voorstellingen ook in het Théâtre de Lutèce, het Théâtre Moderne des Théâtre de Paris, in Théâtre d'Aujourd'hui, in het Théâtre de la Geieté Montparnasse en het in Théâtre National du Palais de Chaillot en reisde met gastvoorstellingen door Europa, Aziê en Noord-Afrika. Bovendien werden de producties en berichten over hem en zijn werk uitgezonden door de Duitse en Franse radio en televisie.
Vanaf ongeveer 1970 werd hij steeds vaker uitgenodigd te regisseren, hij wordt gevraagd door operahuizen en regisseert opera's als Aida en Die Meistersinger von Nürnberg, hij regisseert klassieke werken van Georg Büchner, voorstellingen die hij dikwijls in reprise neemt, Shakespeare, Plautus etc. in reist met voorstellingen en als regisseur verder door Europa, Afrika, Zuid-Amerika en het Verre Oosten. Daarnaast bewerkt hij meerdere ensceneringen per jaar.
Op uitnodiging maakten hij en het Théâtre de la Mandragore tournees over de hele wereld, gaven cursussen in theater- en lichaamswerk en stichtten nieuwe centra daarvoor in verscheidene steden op, die met hetzelfde doel, maar zelfstandig verder werkten. Van 1999 tot 2002 was Mehring Operadirecteur van het Staatstheater te Kassel. Hij schreef toneelstukken, boeken en andere schrifturen over zijn theaterwerk.
Werk
Voor Mehring is het Europese theater in wezen literair, intellectueel: "De tekst is doel en uitgangspunt voor het scenische werk". Zijn verhuizing naar Parijs was al een reactie geweest op "het Duitse theater van de vijftiger jaren, met zijn stadstheater en zijn onkunstzinnige tendens om literatuur te illustreren in plaats van naar een theatraal kunstwerk voor ogen en oren te transponeren." Voor hem kan theater weliswaar zonder kostuums, rekwisieten, schrijver etc en zelfs zonder regisseur bestaan, maar nooit zonder de toneelspeler. Dat werd het beginpunt van de ontwikkeling tot acteur, het acteren zo leren dat literatuur "vertaald" kan worden. Hij ging, nog voor Grotowski en Brook, op zoek naar de "identiteit, de wetmatigheden van de uitdrukkingsmogelijkheden van de acteur", met als uitgangspunt een visueel theater te maken, dat "door de opbouw van scenes en de manier van toneelspelen … door een publiek van alle culturen moet kunnen worden begrepen".
Speciaal in zijn seminars, maar ook in zijn voorstellingen, probeert Mehring de acteur, die bij hem altijd centraal staat, zich weer bewust van zichzelf en zijn eigen waarde te laten zijn. Hij tracht hem door improvisaties naar de oorsprong van ervaringen en gevoelens terug te voeren en de betrekking tussen lichaam, stem en ruimte te doorgronden. Hij gaat daarbij uit van de mogelijkheid tot veranderen van de acteur die gaat zoeken naar zijn eigen identiteit; niet zijn persoonlijke identiteit en ook niet zijn culturele, "maar eenvoudigweg zijn identiteit als mens".
| naar boven | |